-Leestijd 3 minuten-
Hoe kan je iemand aan het denken zetten in een gesprek. In veel gesprekken die mensen voeren wordt maar weinig echt nagedacht. Toch is het heel gemakkelijk in een gesprek iemand anders aan het denken te zetten. Lees hoe ik dit binnen 10 seconden voor elkaar had.
Een collega beweerde laatste dat het virus afkomstig is uit een laboratorium. Ze lachte er bij. Mij triggerde haar stelligheid. Wie het nieuws immers goed volgt weet dat de gangbare opvatting is dat deze op een markt in china is ontstaan. Ik weet tegelijkertijd dat hierover allerlei complot theorieen de ronde doen. Was haar stelling nu het resultaat van een weloverwogen afweging van opvattingen en zodoende het resultaat van een denkproces, of gaf haar stelling juist de aanzet voor het beginnen van een denkproces.
Nu had met haar in discussie kunnen gaan. Ik had haar de wetenschappelijk geaccepteerde uitleg voor kunnen houden, en haar kunnen wegzetten als iemand die een irrationele complottheorie aanhangt. Dit is wat veel mensen zouden doen. Het zou resulteren in een uitwisseling van standpunten, waarbij niemand van gedachten verandert.Ik deed echter iets veel simpelers. Ik zei “oh ja?” . “Ja” zei ze, “Ik weet het zeker!” Ik wilde vaststellen of zij bereid was de stelling dat het virus uit een laboratorium kwam, voor haar eigen rekening te nemen. Ik vroeg me af of ze dit niet enkel zei omdat ze dacht dat dit leuk was, ze er interessant mee zou overkomen.
Vandaar mijn vraag. Wanneer zij dit namelijk echt vind, kunnen we aan haar vragen welke argumenten ze hier voor heeft. Haar eerste reactie, “ik weet het zeker” stelde mij toch niet gerust. Ze mengde haar antwoord met een bravoure die inhoudelijk helemaal niet nodig was als ze deze mening echt voor haar eigen rekening durfde te nemen.
Ik zei dus nogmaals: “oh echt?”. De reactie die toen volgde was opmerkelijk. De bravoure verdween en maakte plaats voor licht gestotter. “Ja dat denk ik wel echt”, zei ze.
Oh dus je denkt het? Ja zei ze.
“Maar dan weet je het dan ook zeker” zei ik? “……..nee”.
Door enkele simpele vragen liet ik merken de bewering die zomaar gedaan werd, echt serieus wilde onderzoeken. Ik vroeg me af wat diegene nu precies wilde beweren en checkte dit. Hierdoor kwam mijn collega, ook al was het maar een heel kort moment, in een houding waarbij de opvatting zelf even onderwerp van gesprek werd. Er kwam voor heel even een onderzoekende houding. Het inzicht ontstond dat zij haar aanvankelijke stelligheid moest laten varen. We concludeerden dat we het niet zeker wisten.
In de vluchtigheid van het ogenblik verging het moment van inzicht snel, en toch gaf het mij grote voldoening. De aanvankelijke zekerheid maakte door enkele simpele vragen plaats voor twijfel. Er was in het gesprek daardoor echt een stap gezet, er was iets gebeurd.
Oh ja? is dat zo? Het zijn hele simpele ingrepen in een gesprek. Maar ze creeren in een klap een andere gesprekshouding. In plaats van het op gang brengen van een discussie, waarin twee standpunten parallel aan elkaar worden verdedigd, ontstaat een gesprek waarin twee of meerdere mensen het onderzoek naar die ene bewering gezamenlijk aangaan.
In het leven van alledag is er vaak maar weinig ruimte voor deze vragen, tegelijkertijd zijn de mogelijkheden om ze te stellen eindeloos. “je moet op tijd komen” “Trump is gek” “Een mens kan niet zonder cultuur”, om maar eens wat uitspraken te nemen die ik in de afgelopen dagen hoorde.
Vaak worden deze uitspraken zomaar voor de vuist weg gedaan. Ze kunnen het startpunt zijn van een denkproces, maar dan moet je dat wel met de juiste vragen op gang brengen.
Oh ja?
Ja ik denk van wel.
Hoe weet je dat?
Nou wanneer ik in gesprekken reageer met de vraag Oh ja? En die herhaal in verschillende varianten; blijken mensen vaak minder stellig en beginnen ze hun eerste stelling aan te passen of te nuanceren. Ze zet dus het denken op gang?Oh is dat zo?
“…………….. Etc etc